Aftrek van een waakhond en door de DVB toegestane beveiliging van een woning

In bepaalde wijken is de beveiliging van woningen een probleem. In woonwijken vindt men nog zelden een woning die niet is uitgerust met een krachtig beveiligingssysteem.

De wetgever heeft het probleem goed begrepen, want sinds enkele jaren worden er belastingverminderingen toegekend voor de aankoop van materiaal voor de beveiliging van gebouwen.

Helaas is dat materiaal niet opgewassen tegen de creativiteit van sommige inbrekers. Vandaar de idee om naast het door verzekeringsmaatschappijen voorgestelde en soms verplichte beveiligingsmateriaal een waakhond te kopen.

Een belastingplichtige vroeg onlangs de Dienst Voorafgaande Beslissingen naar de fiscale aftrekbaarheid van een waakhond.

De DVB sprak zich over dit weinig gebruikelijke verzoek uit in beslissing nr. 2015.268 van 30 juni 2015.

Er bestaat overigens geen rechtspraak over de aftrek van een waakhond als beroepskosten, maar er werden wel twee parlementaire vragen over gesteld.

– Vraag nr. 92/228 van 21 september 1992 (Bulletin van Vragen en Antwoorden nr. 36): het gaat om ondernemingen die vooral voor bewaking ’s nachts waakhonden aankopen. Er werd gevraagd of de uitgaven voor voeding en veterinaire verzorging van het dier toelaatbaar waren als beroepskosten. In een uiterst ontwijkend antwoord beperkte de minister zich tot een verwijzing naar de voorwaarden voor aftrek uit artikel 49 WIB.

– Vraag nr. 93/499 van 24.09.93 (Bulletin van Vragen en Antwoorden nr. 79): kan een winkelier de aankoop en het onderhoud van een waakhond onder zijn beroepskosten boeken? Zo ja, moet er dan een privégedeelte in rekening worden gebracht? In zijn antwoord verwees de minister naar de bovenstaande vraag, maar voegde er nog aan toe dat wanneer installaties die het voorwerp uitmaken van een bewakingssysteem ook een privégedeelte bewaken, men er moeilijk van kan uitgaan dat de kosten 100 % aftrekbaar zijn als beroepskosten.

Aan de DVB werd gevraagd of de volgende kosten (beperkt tot het beroepshalve gebruikte deel van de woning) als beroepskosten konden worden geboekt:

– aankoopkosten van een hond;

– aankoop en plaatsing van een hondenhok;

– de kosten voor de voeding van het dier;

– de kosten van de dierenarts.

In zijn beslissing wees de DVB erop dat conform artikel 53, 1 ° WIB de kosten van private aard niet aftrekbaar zijn als beroepskosten.

De DVB alludeert eveneens op de twee eerder aangehaalde parlementaire vragen om te besluiten dat de kosten wel degelijk aftrekbaar zijn als beroepskosten binnen de grenzen gesteld in artikel 49 WIB.

Frédéric LEDAIN

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail