Bijzondere maatstaf bij verkoop personenwagen

Bij de invoering van de nieuwe regels voor het recht op aftrek van btw voor gemengd gebruikte bedrijfsmiddelen, voorzag de wetgever een tolerantie. Bij de verkoop van een personenvoertuig, bedoeld in artikel 45, 2, eerste lid WBTW, moet onder bepaalde voorwaarden slechts btw worden geheven over de helft van de maatstaf van heffing. Deze tolerantie vindt u terug in de administratieve circulaire nr. 36/2015 (ET 119.650) van 23 november 2015. Een overzicht.

Wat?

Indien u een personenwagen aankoopt en als bedrijfsmiddel gebruikt, is volgens de normale regels bij latere verkoop ervan 21 % btw verschuldigd op de volledige maatstaf van heffing.

Door te aanvaarden dat maar btw moet worden gerekend op 50 % van de maatstaf van heffing, beoogt de tolerantie een juistere btw-aftrek en probeert zij rekening te houden met de neutraliteit van de btw voor een ondernemer. Aftrek van btw op personenwagens is immers wettelijk beperkt tot maximum 50 %, zelfs indien u de wagen volledig beroepsmatig gebruikt.

Welke voertuigen?

Eerst en vooral moet het gaan om autovoertuigen bedoeld in artikel 45, 2, eerste lid WBTW, die bestemd zijn voor het vervoer van personen en/of goederen over de weg. Lucht- of zeevaartuigen vallen hier niet onder.

Artikel 45, 2, eerste lid WBTW is het wetsartikel dat het recht op aftrek van btw op wagens en andere autokosten beperkt tot maximum 50 %, zelfs indien het beroepsgebruik hoger zou liggen dan 50 %. Indien het beroepsgebruik lager ligt dan 50 %, kan u de btw in principe slechts ten belope van het beroepsgebruik in aftrek nemen.

Wagens waarvoor de wettelijke aftrekbeperking van 50 % niet geldt, kunnen niet genieten van de tolerantie. Zo kunnen bijvoorbeeld de wagens die een garagist bestemt voor verkoop of verhuur nooit van de tolerantie genieten.

Wie kan van de tolerantie genieten?

Alleen btw-plichtigen die recht op aftrek hebben genoten van de btw op de (eerdere) aankoop van de wagen, komen in aanmerking.

De wagen moet bovendien als bedrijfsmiddel gebruikt worden, wat betekent dat hij bestemd moet zijn om op een duurzame wijze te worden gebruikt als werkinstrument of exploitatiemiddel van de onderneming.

Het feit dat recht op aftrek moet zijn genoten, betekent dat wagens die werden aangekocht van een particuliere verkoper of die werden aangekocht onder de margeregeling worden uitgesloten. Deze aankopen werden immers niet onderworpen aan btw waardoor de koper ook geen recht op aftrek kon genieten.

Voorbeeld

Indien bijvoorbeeld een IT-consultant zijn wagen heeft aangekocht van een garagist die de margeregeling heeft toegepast, kan hij bij doorverkoop ervan geen gebruikmaken van de tolerantie. Hij zal bijgevolg 21 % btw moeten aanrekenen op de volledige maatstaf van heffing.

Indien het aftrekpercentage van de btw op de aankoop van de wagen lager dan 50 % lag, bijvoorbeeld 35 %, kan de tolerantie ook toegepast worden. In dat geval moet er nog altijd 50 % van de maatstaf van heffing aan btw worden onderworpen. Merk op dat het in dat geval niet is toegestaan slechts 35 % van de maatstaf van heffing aan btw te onderwerpen.

De verkoper zou in dergelijk geval nog een positieve herziening kunnen verrichten van de btw op de aankoop, in de mate dat de herzieningstermijn nog niet verstreken is, en slechts ten belope van het privegebruik dat 50 % overschrijdt (art. 10, 1, 3 KB nr. 3).

Stel dat een wagen in 2017 werd aangekocht voor 50 000 euro + 10 500 euro btw en dat het beroepsgebruik werd vastgesteld op 10 %, zodat 10 % van de btw in aftrek werd genomen. In 2018 wordt deze wagen verkocht met gebruikmaking van de bijzondere maatstaf voor 30 000 euro + 3 150 euro btw.

De btw-plichtige zal nog een herziening van de initiele aankoop btw kunnen verrichten van 4/5 (voor de nog niet verstreken jaren van de herzieningstermijn) en ten belope van 40 % (nl. het privegebruik dat 50 % overschrijdt). Dit zou neerkomen op een herziening van 3 360 euro (= 10 500 * 4/5 * 40 %).

Merk op dat het bedrag van de herziening in principe beperkt moet worden tot het btw-bedrag op de maatstaf van heffing bij verkoop van de wagen.

Of voor deze beperking rekening moet worden gehouden met de bijzondere maatstaf blijkt niet helemaal duidelijk uit de tekst van KB nr. 3. Alleszins lijkt het ons de bedoeling te zijn dat rekening moet worden gehouden met de effectieve aangerekende btw op de verkoop (dus rekening houdende met de bijzondere maatstaf). Dit zou betekenen dat in casu de positieve herziening moet beperkt worden tot maximum 3 150 euro.

Let op!

Indien het btw-tarief van toepassing op de aankoop van de wagen verschillend zou zijn van het btw-tarief op de verkoop, moet u de grens van de herziening berekenen door de maatstaf van heffing bij verkoop te vermenigvuldigen met het btw-tarief van toepassing op de aankoop.

Wanneer de wagen precies werd aangekocht, is van geen belang. De bijzondere maatstaf kan u zowel op nieuwe als op oude wagens toepassen.

Wat met het recht op aftrek in hoofde van de nieuwe koper?

De nieuwe koper moet de normale btw-regels toepassen voor de uitoefening van zijn recht op aftrek van de btw op de aankoop, ook indien de bijzondere maatstaf werd toegepast.

Dit betekent dat hij de btw, vermeld op de factuur, voor maximum 50 % in aftrek kan nemen, indien de wagen 50 % of meer beroepsmatig zou worden gebruikt. Indien de wagen minder dan 50 % beroepsmatig gebruikt zou worden (bv. 35 %), mag het recht op aftrek maar ten belope van het beroepsgebruik uitgeoefend worden.

Het is in geen geval toegestaan het volledige btw-bedrag op de factuur in aftrek te nemen.

Geen verplichting

De regels voeren slechts over een administratieve tolerantie in. Het staat een belastingplichtige bijgevolg altijd vrij om de bijzondere maatstaf niet te gebruiken en om bij de verkoop van zijn wagen de normale regels toe te passen waarbij 21 % btw op de volledige maatstaf van heffing wordt aangerekend.

Voorbeeld

Een advocaat kocht een wagen aan met btw, die hij van de hand wenst te doen. Bij aankoop werd 50 % van de btw in aftrek genomen. Bij latere doorverkoop aan een btw-plichtige kan hij ervoor kiezen slechts de helft van de maatstaf van heffing aan btw te onderwerpen.

Stel dat de maatstaf van heffing bij verkoop 10 000 euro is, dan betekent dit dat de advocaat, bij gebruikmaking van de tolerantie, een totaalfactuur van 11 050 euro moet uitreiken, als volgt samengesteld:

  • 5 000 euro + 1 050 euro btw
  • 5 000 euro (niet onderworpen aan btw)

Indien de tolerantie niet wordt toegepast, zou de totale factuur 12 100 euro bedragen, zijnde: 10 000 euro + 2 100 euro btw.

De verkoper heeft hier de keuze, die voor hem trouwens neutraal is vanuit btw-oogpunt. De koper daarentegen zal een ander btw-bedrag aangerekend krijgen in beide gevallen, waarbij de factuur met gebruikmaking van de tolerantie een lager btw-bedrag bevat. Voor btw-plichtige kopers die rekening moeten houden met de aftrekbeperking van 50 % op de aankoop btw, is de btw-kost in dat geval het kleinst.

Het is in principe de verkoper die beslist of hij de bijzondere maatstaf al dan niet zal toepassen. De koper kan zich dan ook normalerwijze niet verzetten tegen de keuze van de verkoper, op voorwaarde dat er duidelijkheid is over de maatstaf van heffing.

Het zal erop aankomen voor de verkoper om goede en duidelijke afspraken te maken met de koper over de verkoopprijs, en het exacte bedrag van de maatstaf van heffing goed af te spreken, zeker wanneer hij handelt met particulieren.

Bijvoorbeeld, bij doorverkoop van dezelfde wagen aan een particulier met gebruik van de tolerantie, en waarbij een prijs van 10 000 euro (alles in) werd afgesproken, betekent dit dat de maatstaf van heffing 9 049,78 euro bedraagt en er als volgt uitziet:

  • 4 524,89 euro + 950,22 euro btw;
  • 4 524,89 euro (niet onderworpen aan btw).

Zonder toepassing van de bijzondere maatstaf, en indien de verkoper dezelfde afspraken had gemaakt met de particuliere koper (prijs 10 000 euro), zou de maatstaf van heffing 8 264,46 euro bedragen en het btw-bedrag 1 735,54 euro.

Uit dit voorbeeld blijkt dat de verkoper in deze situatie, rekening houdende met de gemaakte afspraken over de verkoopprijs, een hogere omzet heeft bij gebruik van de bijzondere maatstaf van heffing.

Praktische verwerking in de btw-aangifte van de verkoper

Bij toepassing van de bijzondere maatstaf van heffing bij de verkoop, moet de helft van de maatstaf van heffing door de verkoper worden opgenomen in rooster 03 en de btw daarop in rooster 54 van zijn btw-aangifte. De helft van de maatstaf van heffing die niet aan btw is onderworpen moet worden opgenomen in rooster 00.

Hernemen we het voorbeeld hierboven van de verkoop aan een particulier, zou de rapportering in de btw-aangifte er als volgt uit:

Rooster 00: 4 524,89 euro

Rooster 03: 4 524,89 euro

Rooster 54: 950,22 euro

Bijzondere factuurvermelding

Indien de verkoper op zijn factuur de vermelding Bijzondere maatstaf, toepassing beslissing nr. E.T.119.650 van 20 oktober 2011 opneemt, is de koper van de wagen ontslagen van zijn aansprakelijkheid tot hoofdelijke voldoening van de btw.

Zonder deze vermelding riskeert de koper immers te worden aangesproken voor betaling van de btw op de helft van de maatstaf waarop geen btw werd gerekend, in het geval de verkoper de tolerantie onterecht zou hebben toegepast. Ingeval van samenspanning tussen de partijen, blijft de koper aansprakelijk.

Bron: Monkey; Evy Van Dijck

 

 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail