Onroerende voorheffing: ombouw van winkel tot woning aangemoedigd

De leegstand van winkels en handelspanden in het centrum van steden wordt aangepakt door een bestaande (Vlaamse) steunmaatregel te vereenvoudigen. De vrijstelling van onroerende voorheffing voor de ombouw van een winkelpand tot woning (art. 2.1.6.0.2 VCF) wordt in zijn huidige vorm weinig gebruikt (Parl. St. Vl. Parl. 2017-18, nr. 1572/1, 8). Onder meer de vereiste dat 50 % van de vloeroppervlakte werd gebruikt voor kleinhandel, is moeilijk te vervullen. Als enkel het gelijkvloers wordt gebruikt voor de handelszaak en er meer dan twee verdiepingen zijn, is die voorwaarde mathematisch al niet meer te vervullen. Daarnaast was een voorwaarde tot nu toe ook dat een actieve handelszaak wordt omgebouwd tot woning, terwijl er in de praktijk doorgaans leegstand aan voorafgaat. De enige voorwaarde is voortaan dat het pand ligt in een kernwinkelgebied of een winkelarm gebied. Daardoor kan de voorwaarde van de vloeroppervlakte wegvallen en worden tegelijk ook baanwinkels (winkelcomplexen langs een hoofdweg buiten de stad) uitgesloten van het voordeel.

 

In kernwinkelgebied of winkelarm gebied

 

Het toepassingsgebied van de vrijstelling wordt ook verruimd door uitdrukkelijk verbouwing van de winkel tot meerdere woningen toe te laten. De regering wil daarmee verdichting (betere benutting van de oppervlakte) aanmoedigen. Verder maakt het niet meer uit of het gaat om een actief winkelpand (waarvan men dus de uitbating stopzet) dat wordt omgebouwd, dan wel om een leegstaand winkelpand [Verbouwing van een leegstaande winkel wordt mogelijk door het gebruik van de woorden die zijn gebruikt i.p.v. wordt gebruikt voor een kleinhandel, althans in een winkelarm gebied. Voor een kernwinkelgebied blijft het bij de oude formulering in de wet.].

De begrippen kernwinkelgebied en winkelarm gebied moeten telkens door de gemeente ingevuld worden (zie ook 1572/1, 15 en 1572/3, 13). Dat laatste begrip kan ook perifere gebieden (buiten de bebouwde kom) en aanloopstraten (binnen de bebouwde kom) bevatten. De maatregel is dus niet alleen bedoeld voor de stadskernen (1572/1, 8). Inhoudelijk verschilt de maatregel wel naargelang het om een winkelarm gebied of een kernwinkelgebied gaat. In dat laatste geval gaat het om verbouwing tot woning van de verdiepingen (of gedeelten ervan) boven de winkel (art. 2.1.6.0.2 lid 1 2 VCF). Het gelijkvloers moet dus behouden blijven als (actief) handelspand. Daarmee wil de regering het wonen boven winkels stimuleren en de handelskernen levend houden (1572/1, 8).

Het belastingvoordeel zelf wordt ook groter. De vrijstelling wordt voortaan voor vijf jaar i.p.v. voor drie jaar toegekend (art. 2.1.6.0.2 lid 3 VCF).

In de nieuwe wettekst is geen sprake meer van het bedrijf van een ambachtsman, maar volgens de regering komen de panden van ambachtslieden nog altijd in aanmerking omdat zij meestal onder het begrip kleinhandel vallen, in de mate dat er ook producten worden (of werden) verkocht. Voorbeeld: een fietsenmaker die ook fietssloten verkoopt (1572/1, 8).

Sloop en vervangbouw

 

Hetzelfde artikel bevatte ook een algemenere vrijstelling voor renovatie en voor sloop en vervanging van ongeschikte of verwaarloosde gebouwen. Die maatregel wordt nu beperkt tot sloop en vervangbouw. De vrijstelling voor renovatie wordt dus geschrapt. De Vlaamse regering vindt dat het volledig vervangen van een oud gebouw meestal ecologischer is dan een renovatie, en de woonkwaliteit sterker verbetert, en wil dus voortaan alleen het eerste fiscaal aanmoedigen (1572/3, 7). Anderzijds komt voortaan ook sloop en vervanging van bedrijfsgebouwen in aanmerking voor de maatregel (1572/1, 9).

Voorwaarde is dat het oude pand opgenomen was in de (gewestelijke) inventaris van ongeschikte of onbewoonbare woningen, of van leegstaande of verwaarloosde bedrijfsruimten. De regering vindt de beperking tot gewestelijke inventarissen logisch omdat ze niet wil tussenkomen in het beleid van de gemeenten. Die zijn vrij om maatregelen uit te werken voor de panden die ze in hun eigen inventarissen opnemen (1572/1, 9 en 1572/3, 16). Het pand moet wel al op de inventaris staan vr men een vergunning tot slopen krijgt. Misbruik dat erin zou bestaan om het pand te laten verkommeren zodra men de vergunning heeft, om het zo op de inventaris te krijgen en het belastingvoordeel te kunnen claimen, is dus de pas afgesneden (1572/3, 15 en 17). Dat het gesloopte pand zonevreemd is, is overigens geen beletsel voor de vrijstelling (1572/3, 16).

Het belastingvoordeel wordt wel groter. Tot nu toe was het beperkt tot de verhoging van het kadastraal inkomen. Voortaan is het volledige kadastraal inkomen vrijgesteld nog steeds gedurende vijf jaar. De vrijstelling wordt wel beperkt tot 1 000 per nieuwe woning en 4 000 voor een nieuwe bedrijfsruimte (art. 2.1.6.0.2 lid 6 VCF).

De nieuwe regeling is van toepassing vanaf 2019 (dat is aj. 2019 in de OV).

 

Bron: Monkey, Koen Janssens

 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail