Optionele btw-heffing op professionele onroerende verhuur vanaf 1 januari 2019

Vanaf 1 januari 2019 kunnen een verhuurder en huurder er gezamenlijk voor kiezen om een overeenkomst inzake verhuur van professioneel gebruikte onroerende goederen aan btw te onderwerpen.

Vanaf dan is er ook een verplichte btw-heffing op de kortdurende verhuur (niet meer dan zes maanden) van onroerende goederen.

Deze nieuwe maatregelen staan in de wet van 14 oktober 2018.

Deze wet voegt de regels voor deze optionele btw-heffing op de professionele onroerende verhuur, en die voor de verplichte btw-heffing op de kortdurende verhuur van onroerende goederen toe aan het Btw-Wetboek.

En ze wijzigt het Btw-KB nr. 20 (tarieven) om op bepaalde verhuren van onroerende goederen met voornamelijk en sociaal oogmerk de verlaagde btw-tarieven van toepassing te maken die al van toepassing zijn op de onroerende financieringshuur of de onroerende leasing van die onroerende goederen.

Optionele btw-heffing op professionele onroerende verhuur

De basisregel blijft conform debtw-richtlijn dat de verhuur van een onroerend goed (bv. een stuk grond, een kantoorruimte, een fabriekspand, ) in principe vrijgesteld is van btw.

Vanaf 1 januari 2019 kunnen de partijen (verhuurder en huurder) er onder bepaalde voorwaarden voor opteren om de verhuur van professioneel gebruikte onroerende goederen aan btw te onderwerpen (optioneel btw-stelsel).

Dat betekent dan concreet dat de verhuurder btw zal moeten rekenen op de huurprijs, maar ook de btw op de uitgevoerde werken (oprichtingskosten) in aftrek zal kunnen brengen. De huurder kan de btw op het huurgeld aftrekken.

De optionele btw-heffing is gebonden aanzes voorwaarden:

de optionele btw-heffing geldt enkel voor gebouwen en gedeelten van gebouwen. De verhuur van louter een stuk grond valt dus buiten het toepassingsgebied van de optionele btw-heffing. Als tegelijkertijd een gebouw en een bijhorend terrein worden verhuurd, dan geldt de optionele btw-heffing ook voor het bijhorend terrein;

de nieuwe regels gelden alleen maar als de huurder zelf btw-plichtig is (dus enkel in een b2b-contecxt (business to business) en het goed door hem uitsluitend gebruikt wordt voor de doeleinden van zijn economische activiteit;

zowel de verhuurder als de huurder moeten ervoor kiezen om de verhuring van het pand aan btw te onderwerpen. Beide partijen moeten er dus mee instemmen;

het optioneel btw-stelsel geldt enkel voor nieuwbouw of fundamentele vernieuwbouw aangevangen vanaf 1 oktober 2018;

als de huurder geen volledig recht op aftrek heeft van de btw en hij met de verhuurder verbonden is op basis van een limitatieve lijst van persoonlijke, financile of organisatorische banden, dan moet de aangerekende huurprijs marktconform zijn;

een herzieningstermijn van 25 jaar (i.p.v. de gebruikelijke 15 jaar) is van toepassing wanneer het gebouw bij de ingebruikname of in de loop van de eerste 15 jaar voor een optioneel belaste verhuur wordt aangewend.

Verplichte btw-heffing op kortdurende verhuur van onroerende goederen

Vanaf 1 januari 2019 is er ook een verplichte btw-heffing op de kortdurende verhuur (niet meer dan zes maanden) van onroerende goederen. Het gaat hier bv. om de verhuur van feestzalen, tentoonstellings- en seminarieruimten, congreszalen, enz., en dit zowel in een b2b- (business to business) als in een b2c-relatie (business to consumer).

Op deze verplichte btw-heffing bestaan een aantal uitzonderingen.

Zo blijft de kortdurende verhuur voor bewoning – ongeacht of het gaat om privwoningen, om woningen die als hoofdverblijfplaats of als tweede verblijfplaats worden gebruikt, om vakantiewoningen, om studentenverblijven of woningen voor beroepsdoeleinden in het kader van bv. de organisatie door een onderneming van een verblijf (e.g. teambuilding) aangeboden aan haar personeelsleden – vrijgesteld van btw-heffing.

Er is ook voorzien in een vrijstelling voor de volgende huurders:

natuurlijke personen die het onroerend goed niet aanwenden voor hun economische activiteiten;

organisaties zonder winstoogmerk, en bepaalde organisaties waarvan de sociaal-culturele activiteiten vrijgesteld zijn van btw.

Zo blijven bv. vrijgesteld van btw: de verhuur van een zaal voor de organisatie van een familiefeest of voor de jaarlijkse vergadering van een vereniging van mede-eigenaars, de verhuur van lokalen aan jeugdbewegingen en de verhuur van feestzalen aan vrijgestelde studentenverenigingen.

Verlaagde btw-tarieven voor bepaalde verhuren van onroerende goederen

Momenteel worden in verschillende rubrieken van de tabellen A en B, die in de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 (tarieven) zitten, diensten van onroerende financieringshuur of onroerende leasing onderworpen aan een verlaagd btw-tarief.

Het gaat daarbij zowel om detabel Avoor de toepassing van het verlaagde tarief van 6% (rubrieken XXXII, XXXIII, XXXVI en XL) als om detabel Bvoor de toepassing van het verlaagde tarief van 12% (rubrieken X en XI).

Om niet alleen meer de onroerende leasing of onroerende financieringshuur aan een verlaagd btw-tarief te onderwerpen, maar alle diensten van onroerende verhuur die vanaf 1 januari 2019 krachtensartikel 44, 3, 2, b) en d) (nieuw)van het Btw-Wetboek worden belast, wijzigt de wet van 14 oktober 2018 de voormelde rubrieken in de bijlage bij het Btw-KB nr. 20 (tarieven).

Worden bedoeld, de gebouwen of gedeelten van gebouwen die bestemd zijn als:

privwoning van gehandicapten (rubriek XXXII van tabel A);

instellingen voor gehandicapten (rubriek XXXIII van tabel A);

gebouwen bestemd voor onderwijs en leerlingenbegeleiding (rubriek XL van tabel A);

huisvesting in het kader van het sociaal beleid (rubrieken XXXVI van tabel A en rubrieken X en XI van tabel B).

In werking

De wet van 14 oktober 2018 treedt in werking op 1 januari 2019.

Bron:Wet van 14 oktober 2018tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wat de optionele belastingheffing inzake verhuur van uit hun aard onroerende goederen betreft en tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven wat het verlaagde btw-tarief inzake de belaste verhuur van uit hun aard onroerende goederen betreft, BS 25 oktober 2018.

 

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail